Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 maart 2018 in de zaak tussen
[eiseres], te [plaats], eiseres,
het college van burgemeester en wethouders van Leiden, verweerder
[stichting X], belanghebbende.
Rechtbank Den Haag
Eiseres verzocht het college van burgemeester en wethouders van Leiden handhavend op te treden tegen geluidoverlast veroorzaakt door de koelinstallatie van een woonzorgcentrum nabij haar woning. Na diverse geluidmetingen concludeerde verweerder dat de geluidniveaus voldeden aan de normen zoals gesteld in artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Eiseres voerde aan dat de metingen onjuist waren uitgevoerd, onder meer vanwege het ontbreken van correcties voor tonaal geluid en onjuiste toepassing van meetmethoden.
De rechtbank stelde vast dat de geluidmetingen op 27 augustus 2016 en 16 maart 2017 zorgvuldig waren uitgevoerd door de Omgevingsdienst West-Holland, inclusief toepassing van bedrijfsduurcorrecties en worstcase scenario’s waarbij installaties continu draaiden. Er was geen sprake van tonaal geluid volgens de deskundige en de gebruikte meetmethoden voldeden aan de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het handhavingsverzoek had afgewezen omdat de geluidniveaus op de gevel van de woning van eiseres binnen de wettelijke grenswaarden bleven. De bezwaren van eiseres werden verworpen en het beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van het handhavingsverzoek wegens geluidoverlast is ongegrond verklaard.