ECLI:NL:RBDHA:2018:3227
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Meijers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek homoseksueel en travestiet uit Cuba wegens onvoldoende zwaarwegendheid
Eiser, een Cubaanse homoseksueel en travestiet, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege discriminatie, aanvallen en verkrachting door politieagenten in Cuba. Hij stelde dat hij vanwege zijn seksuele geaardheid en vrouwelijke kleding ernstig werd vervolgd en geen bescherming kon krijgen van de autoriteiten.
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees het verzoek af, omdat niet kon worden vastgesteld dat homoseksuele mannen of travestieten in Cuba systematisch vervolgd worden en de discriminatie niet zodanig ernstig was dat het leven onhoudbaar werd. De rechtbank oordeelde dat de verkrachting en andere incidenten ernstig zijn, maar niet leiden tot een situatie van vluchtelingenschap. Eiser kon jarenlang functioneren in Cuba, had werk en familieondersteuning.
De rechtbank concludeerde dat de situatie van eiser onvoldoende zwaarwegend is om een verblijfsvergunning op grond van artikel 29 Vreemdelingenwet Pro 2000 toe te kennen. De aangevoerde landeninformatie toonde geen structurele vervolging van LHBTI's aan. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens onvoldoende zwaarwegende vervolging.