ECLI:NL:RBDHA:2018:3228
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Meijers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende zwaarwegende bedreigingen in Cuba
Eiser, een Cubaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij stelde dat hij vanwege meerdere vechtpartijen met verschillende personen in Cuba en herhaalde politieaanhoudingen vreest voor vervolging en ernstige schade.
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag af omdat de incidenten onvoldoende zwaarwegend werden geacht. De rechtbank bevestigt dit oordeel, stellende dat het tijdsverloop en de aard van de problemen geen acute bedreiging vormen. Ook is niet gebleken dat de Cubaanse autoriteiten geen bescherming kunnen bieden, mede omdat eiser slechts eenmaal aangifte deed en dit tot een boete leidde.
Verder acht de rechtbank het beroep ongegrond omdat de aanhoudingen vooral het gevolg waren van routinecontroles en niet specifiek gericht waren op eiser. Het risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 EVRM Pro wordt niet aannemelijk geacht. De rechtbank wijst ook het verweer dat het besluit onvoldoende gemotiveerd is af, omdat de inhoudelijke beoordeling niet is beïnvloed.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.