ECLI:NL:RBDHA:2018:3230
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Meijers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid Eritrese nationaliteit en herkomst
Eiser, die stelt Eritrese nationaliteit te hebben, heeft een asielaanvraag ingediend die is afgewezen door verweerder wegens het ontbreken van overtuigend bewijs van zijn identiteit en herkomst. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij Eritrees is, mede vanwege het ontbreken van documenten, onduidelijke verklaringen over zijn reisroute en onjuiste antwoorden op vragen over zijn herkomstgebied.
Eiser voerde aan dat hij de taal Tigrinia spreekt en dat zijn broer in Nederland als Eritreeër is toegelaten, maar dit werd door de rechtbank niet als voldoende bewijs gezien. Verweerder heeft terecht gewezen op het feit dat eiser belangrijke bewijsstukken heeft weggegooid en dat zijn verklaringen over zijn vlucht en verblijf niet geloofwaardig zijn.
De rechtbank concludeert dat eiser ook geen beroepsgronden heeft aangevoerd tegen het opgelegde inreisverbod en dat de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond is afgewezen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van de Eritrese nationaliteit en herkomst.