ECLI:NL:RBDHA:2018:3236
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Meijers
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Duitsland
Eiser diende op 5 december 2017 een asielaanvraag in in Nederland. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, lid 1, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Duitsland had op 19 december 2017 ingestemd met terugname van eiser.
Eiser betwist de verantwoordelijkheid van Duitsland niet, maar stelt dat Nederland de behandeling moet overnemen omdat Duitsland geen kosteloze rechtsbijstand en tolkdiensten biedt, wat volgens eiser strijdig is met Europese richtlijnen en het Handvest van de Grondrechten.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland zijn verplichtingen niet nakomt. Het Duitse systeem is in overeenstemming met de Procedurerichtlijn 2013/32/EU en het Handvest. De enkele stelling over het ontbreken van tolk- en vertaaldiensten is onvoldoende om de verantwoordelijkheid van Duitsland te betwisten.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.