ECLI:NL:RBDHA:2018:324
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit asielzoekster
Verzoekster heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 5 januari 2018. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd om uitzetting en beëindiging van haar opvang te voorkomen.
De voorzieningenrechter overweegt dat de opvang van verzoekster zal eindigen voordat de beroepsprocedure is afgerond, waardoor haar belang om de uitspraak in Nederland af te wachten met behoud van opvang zwaarder weegt dan het belang van verweerder bij handhaving van het besluit. Op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Awb wordt de voorlopige voorziening toegewezen.
De voorzieningenrechter bepaalt dat het verboden is verzoekster uit te zetten totdat op het beroep is beslist, waardoor het recht op verstrekkingen, waaronder opvang, blijft bestaan volgens de Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De uitzetting van verzoekster is verboden totdat op het beroep is beslist.