ECLI:NL:RBDHA:2018:3250
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek buitengewoon verlof voor dienstverband bij Europol
Eiser werkte tot 1 mei 2016 als specialist bij de politie en wilde voor de duur van zijn tijdelijke dienstverband bij Europol buitengewoon verlof aanvragen. Verweerder weigerde dit verlof te verlenen, waarna eiser ontslag nam. De rechtbank oordeelt dat het ontslagverzoek van eiser tot een in vrijheid genomen beslissing kan worden herleid, omdat eiser bewust koos tussen blijven bij de politie of werken bij Europol.
Verweerder heeft het verzoek om buitengewoon verlof afgewezen vanwege de bijzondere positie van eiser, de onderbezetting van zijn afdeling en het ontbreken van mogelijkheden voor tijdelijke vervanging. Daarnaast was het niet mogelijk vacatures open te stellen door een reorganisatie. Het belang van de dienst en de continuïteit van de bedrijfsvoering werden zwaarwegend geacht.
Eisers beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat eiser niet in een vergelijkbare positie verkeerde als collega’s die wel buitengewoon verlof kregen. Het verzoek om buitengewoon verlof kon daarom in redelijkheid worden afgewezen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om buitengewoon verlof wordt ongegrond verklaard.