ECLI:NL:RBDHA:2018:3383
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas en onvoldoende medische gronden
Eiser, een Colombiaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel wegens vrees voor vervolging door een drugsbende nadat hij weigerde een cocaïnesmokkelklus uit te voeren. Verweerder wees de aanvraag af, stellende dat het asielrelaas ongeloofwaardig was en dat geen sprake was van een levensbedreigende medische situatie.
De rechtbank oordeelde dat het beroep ongegrond is. Verweerder mocht het asielrelaas ongeloofwaardig achten vanwege tegenstrijdigheden in de verklaringen van eiser, zoals het ontbreken van twijfel bij het aannemen van de smokkelklus en het niet vragen naar de identiteit van de organisatie. Ook was het onbegrijpelijk dat eiser zich ondanks zijn vrees toch met de bende inliet.
Ten aanzien van de medische situatie concludeerde de rechtbank dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat uitzetting een schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert. De operatie aan zijn kanker was succesvol verlopen en verweerder had terecht geen nader onderzoek laten verrichten.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is de asielaanvraag afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens ongeloofwaardig asielrelaas en onvoldoende medische gronden.