ECLI:NL:RBDHA:2018:3386
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas en onvoldoende bewijs politieke vervolging
Eiser, een Soedanese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende dat hij in Soedan was gearresteerd en mishandeld vanwege vermeende betrokkenheid bij een verboden oppositiebeweging. Hij voerde aan dat hij in Nederland politiek actief was en daardoor gevaar liep bij terugkeer.
De Staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas, met name over de arrestatie en detentie. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende concrete en consistente verklaringen had gegeven, en dat het risico op vervolging wegens politieke activiteiten niet aannemelijk was gemaakt.
De rechtbank overwoog dat het ambtsbericht inzake Soedan geen reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer onderbouwde. Ook werden tegenstrijdigheden en onwaarschijnlijkheden in het verhaal van eiser benadrukt.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens ongeloofwaardig asielrelaas.