ECLI:NL:RBDHA:2018:3396
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken misdrijf bij doorsturen licentiecode naar privé-e-mailadres
De verdachte, voormalig werknemer van een softwareondersteunend bedrijf, stuurde een licentiecode van het werk e-mailadres naar zijn privé e-mailadres vlak voor het einde van zijn dienstverband. Na beëindiging startte hij een concurrerend bedrijf. De officier van justitie beschouwde dit als heling van bedrijfsgegevens uit winstbejag, strafbaar gesteld in artikel 273 lid 1 sub Pro 2 Sr.
De verdediging voerde aan dat de licentiecode geen 'goed' is in juridische zin, omdat de feitelijke macht over de code niet verloren ging bij het doorsturen, en dat er geen sprake was van verduistering of diefstal. Ook stelde zij dat het gebruik van de licentiecode niet uit winstbejag was, omdat de code voor een Linux-versie was die niet door klanten van het nieuwe bedrijf werd gebruikt.
De rechtbank oordeelde dat de licentiecode niet door misdrijf was verkregen, een vereiste voor een veroordeling op grond van artikel 273 lid 1 sub Pro 2 Sr. Het enkele e-mailen van gegevens door een werknemer naar zichzelf is volgens de huidige wetgeving niet strafbaar. De rechtbank verwees naar een wetsvoorstel dat dit in de toekomst mogelijk wel strafbaar zal maken, maar verklaarde de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
De uitspraak benadrukt het onderscheid tussen civielrechtelijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid en bevestigt dat zonder het element van door misdrijf verkregen gegevens geen strafrechtelijke vervolging mogelijk is.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat de licentiecode niet door misdrijf is verkregen en het doorsturen niet strafbaar is onder artikel 273 lid 1 sub 2 Sr.