ECLI:NL:RBDHA:2018:3397
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van misdrijf bij gebruik van broncode na dienstverband
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak van een verdachte die tijdens zijn dienstverband een broncode van een softwarepakket op zijn laptop had gezet en deze na beëindiging van het dienstverband niet had verwijderd. Verdachte begon een concurrerend bedrijf en werd verdacht van het gebruiken van deze broncode uit winstbejag. De officier van justitie stelde dat de broncode een bedrijfsgeheim betrof en dat het gebruik ervan strafbaar was onder artikel 273 lid 1 sub Pro 2 Sr.
De verdediging voerde aan dat er geen sprake was van een misdrijf zoals verduistering of diefstal, omdat de broncode juridisch gezien geen 'goed' is en dat het kopiëren door een werknemer niet strafbaar is. Ook stelde de verdediging dat de broncode niet relevant was voor de werkzaamheden van het nieuwe bedrijf en dat er geen gebruik uit winstbejag was.
De rechtbank oordeelde dat de broncode niet door misdrijf was verkregen, omdat de feitelijke macht over de broncode niet was verloren door de werkgever. Het kopiëren van gegevens door een werknemer om deze zelf te gebruiken is volgens de huidige wetgeving niet strafbaar onder artikel 273 lid 1 sub Pro 2 Sr. De rechtbank verwees naar een wetsvoorstel dat dit in de toekomst mogelijk wel strafbaar zal maken.
Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van het ten laste gelegde feit, omdat niet aan de vereisten van artikel 273 lid 1 sub Pro 2 Sr was voldaan.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat de broncode niet door misdrijf is verkregen en het kopiëren door werknemer niet strafbaar is onder artikel 273 lid 1 sub 2 Sr.