ECLI:NL:RBDHA:2018:3419
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- G. de Zeben - de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag en oplegging inreisverbod
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar deze is door verweerder niet in behandeling genomen en er is een inreisverbod van twee jaar opgelegd. De rechtbank oordeelt dat verweerder dit besluit mocht nemen omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken, wat bevestigd is door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
Eiser en zijn partner werden in Duitsland aangetroffen, waarna de Duitse autoriteiten Nederland op grond van het Dublinverdrag hebben verzocht hen terug te nemen. De rechtbank stelt vast dat de Dublinclaim niet als nieuw feit of veranderde omstandigheid kan gelden, omdat eiser ook in Duitsland met onbekende bestemming is vertrokken, waardoor de overdrachtstermijn is opgeschort.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht het beroep buiten behandeling heeft gesteld en het inreisverbod heeft opgelegd. Eiser en zijn gemachtigde zijn niet verschenen bij de zitting. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag en het opleggen van een inreisverbod wordt ongegrond verklaard.