ECLI:NL:RBDHA:2018:3438
Rechtbank Den Haag
- Tussenbeschikking
- Rechtspraak.nl
Beschikking tot consignatie van vermogen wegens afwezigheidsbewind
De rechtbank Den Haag heeft bij beschikking van 26 maart 2018 een afwezigheidsbewind over het vermogen van een persoon zonder bekende verblijfplaats behandeld. Het bewind was ingesteld over het vermogen van de afwezige, met betrekking tot onroerend goed dat in 1991 was verkocht. Sindsdien werd het resterende bedrag onder bewind gehouden.
De verblijfplaats van de rechthebbende is onbekend, waardoor het banksaldo niet aan hem kan worden overgedragen. Door de kosten van het bewind is het vermogen gedaald, wat niet in het belang van de rechthebbende is. Hoewel de wet dit niet expliciet toestaat, besloot de kantonrechter dat het vermogen moet worden gestort in de consignatiekas van het Ministerie van Financiën.
Na storting en overlegging van bewijs van consignatie zal het bewind worden opgeheven. De kantonrechter houdt verdere beslissingen aan en wijst op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na uitspraak of betekening.
Uitkomst: Bewindvoerder wordt opgedragen het vermogen te storten in de consignatiekas waarna het bewind wordt opgeheven.