Uitspraak
1.Verloop van de procedure
2.De beoordeling
totalevergoeding van de bewindvoerder toepassen.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde op 27 maart 2018 het verzoek tot beëindiging en beoordeling van de schuldsaneringsregelingen van twee schuldenaren. De regeling was aanvankelijk uitgesproken op 20 januari 2015, met benoeming van een bewindvoerder en rechter-commissaris. De bewindvoerder rapporteerde niet tijdig en trad pas in maart 2018 weer in contact met schuldenaren.
Uit medische rapporten bleek dat één schuldenaar gedeeltelijk arbeidsongeschikt was en de ander volledig, met vrijstellingen van sollicitatieverplichtingen die niet altijd waren gecommuniceerd. Formeel waren schuldenaren tekortgeschoten in hun verplichtingen, mede doordat zij nieuwe schulden bij de Belastingdienst hadden laten ontstaan. Er was ook sprake van een boedelachterstand.
De rechtbank oordeelde dat deze tekortkomingen aan schuldenaren toe te rekenen zijn, maar niet zwaar genoeg om de schuldsaneringsregelingen zonder schone lei te beëindigen. Gezien de gebrekkige communicatie door de bewindvoerder werd een verlenging van één jaar of korter toegestaan totdat de nieuwe schulden en boedelachterstand zijn voldaan. Tevens werd een korting van 50% op de vergoeding van de bewindvoerder opgelegd wegens tekortschieten in haar taak.
De verlenging gaat in op 4 april 2018 en loopt tot uiterlijk 4 april 2019. Schuldenaren dienen zich aan alle verplichtingen te houden en een nieuwe GGD-keuring aan te vragen, mede vanwege recente medische ontwikkelingen. Er waren geen bezwaren van schuldeisers tegen de voortzetting van de regeling.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de schuldsaneringsregelingen met één jaar en past een korting van 50% toe op de vergoeding van de bewindvoerder wegens tekortkomingen.