ECLI:NL:RBDHA:2018:357
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering waarnemingstoelage voor functie bij defensie
Eiser vervult sinds 2010 een functie bij het Dienstencentrum Internationale Ondersteuning Defensie (DC-IOD). Na het vertrek van de voormalige functionaris van een hogere functie op 2 februari 2015, heeft verweerder geen vacature opengesteld vanwege een op handen zijnde reorganisatie. De werkzaamheden van die functie zouden worden overgenomen door een andere afdeling, maar eiser heeft deze werkzaamheden deels zelf moeten uitvoeren en verzocht daarom om een waarnemingstoelage.
Verweerder wees het verzoek af omdat niet was gebleken van een formele opdracht tot waarneming van de hogere functie, noch van volledige of onvolledige waarneming zoals bedoeld in het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie (IBBAD). De rechtbank oordeelt dat eiser geen formele opdracht heeft gekregen en niet is ontheven uit zijn eigen functie, waardoor geen sprake is van waarneming in juridische zin.
De rechtbank overweegt dat het feit dat eiser extra werkzaamheden verrichtte zonder verwijzing naar de andere afdeling, voor zijn eigen rekening komt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De uitspraak is gedaan door rechter J.L.E. Bakels en griffier H.G. Egter van Wissekerke op 16 januari 2018. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om waarnemingstoelage wordt afgewezen.