ECLI:NL:RBDHA:2018:366
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek lesbische vrouw uit Cuba wegens onvoldoende zwaarwegend gevaar
Eiseres, een Cubaanse vrouw die zich als lesbisch identificeert, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Zij stelde dat zij vanwege haar seksuele geaardheid in Cuba werd gediscrimineerd, mishandeld en beboet, en dat zij geen bescherming kon verwachten van de autoriteiten. Verweerder wees de aanvraag af omdat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat zij persoonlijk vervolging of ernstige schade zou ondervinden.
De rechtbank overwoog dat homoseksualiteit in Cuba niet strafbaar is en dat er wettelijke bescherming bestaat tegen discriminatie. De door eiseres aangevoerde problemen, zoals boetes en mishandeling door politie, waren onvoldoende onderbouwd en konden ook niet worden toegeschreven aan vervolging vanwege seksuele geaardheid. Er was geen sprake van een situatie waarin het voor eiseres onmogelijk zou zijn om maatschappelijk te functioneren.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit voldoende was gemotiveerd en dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij een reëel risico loopt op ernstige schade of vervolging bij terugkeer. Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.