ECLI:NL:RBDHA:2018:3703
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Nigeriaanse alleenstaande minderjarige wegens tegenstrijdige verklaringen
Eiser, een Nigeriaanse alleenstaande minderjarige, vroeg asiel aan met het verhaal dat hij en zijn zusje na het overlijden van hun ouders bij een oom moesten wonen die hen slecht behandelde en tot een gewelddadige groep behoorde. De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond vanwege tegenstrijdige verklaringen over zijn identiteit, reis en familieomstandigheden.
Eiser voerde aan dat zijn psychische gesteldheid, leeftijd, cultuur en gebrek aan documenten onvoldoende werden meegewogen. Hij overhandigde medische rapportages waaruit PTSS en depressie blijken, wat zijn verhaal zou ondersteunen. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder voldoende zorgvuldigheid betrachtte en dat de tegenstrijdigheden in het dossier en het vermogen van eiser om bewust onwaarheden te vertellen de afwijzing rechtvaardigen.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit terecht is genomen op grond van artikel 30b van de Vreemdelingenwet 2000 en dat eiser niet in aanmerking komt voor toelating op grond van artikel 29. Het beroep is ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling is niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens tegenstrijdige verklaringen en onvoldoende geloofwaardigheid.