ECLI:NL:RBDHA:2018:3705
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Frankrijk
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 19 december 2017 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek. Dit volgt uit het feit dat eiser in het bezit was van een Schengenvisum afgegeven door Frankrijk, geldig voor een korte periode in november 2017.
Eiser betwistte dat Frankrijk verantwoordelijk is en stelde dat het visum slechts een transitvisum betrof, geldig voor doorreis via de internationale transitzone en niet voor toegang tot het Franse grondgebied. Verweerder stelde dat uit het EU-Vis-systeem bleek dat het visum een regulier Schengenvisum was en dat eiser dit niet voldoende had onderbouwd.
De rechtbank oordeelde dat de Dublinverordening geen onderscheid maakt tussen soorten visa bij het bepalen van het verantwoordelijke land voor asielaanvragen. Ook het verzoek van verweerder aan Frankrijk om overname van de asielaanvraag was door Frankrijk aanvaard. De subsidiaire grond van eiser, dat zijn neef in Nederland afhankelijk van hem is, werd onvoldoende onderbouwd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.