ECLI:NL:RBDHA:2018:3770
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardig asielrelaas over Hezbollah en biseksualiteit
De asielzoeker verzocht om een verblijfsvergunning op grond van bedreigingen door Hezbollah en zijn biseksualiteit. Hij stelde dat hij was benaderd door een man die hem verplichtte bijeenkomsten bij te wonen en een wapencursus te volgen, waarna hij mishandeld werd en onderdook. Tevens gaf hij aan biseksueel en ongelovig te zijn, wat hem in zijn land van herkomst in gevaar bracht.
De staatssecretaris achtte de nationaliteit en ongelovigheid van de asielzoeker geloofwaardig, maar verwierp zijn verhaal over Hezbollah en zijn biseksualiteit als ongeloofwaardig. Ook concludeerde hij dat de asielzoeker het UNRWA-mandaatgebied vrijwillig had verlaten, waardoor het beroep kennelijk ongegrond was.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen over Hezbollah en de biseksualiteit onvoldoende aannemelijk waren, onder meer vanwege tegenstrijdigheden en summiere toelichtingen. De mishandeling werd eveneens niet geloofwaardig bevonden. De samenwerkingsplicht was niet geschonden en het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak werd gedaan door rechter J.M. Ghrib op 3 april 2018. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardigheid van het asielrelaas.