ECLI:NL:RBDHA:2018:401
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Steenhuis
- F.A. Veraart
- H.J. Doets
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte witwassen ondanks storting crimineel geldbedrag
De rechtbank Den Haag behandelde een zaak waarin verdachte werd verdacht van witwassen van een bedrag van €48.709,96 afkomstig uit een oplichting via valse e-mails. Verdachte was eigenaar en enig aandeelhouder van het bedrijf waarop het geld was gestort.
Tijdens de zittingen verklaarde verdachte dat hij slechts handelde op aanwijzing van een medeverdachte en geen inzage had in de bankrekening. De rechtbank vond dat het dossier geen bewijs bevatte dat verdachte bewust was van de criminele herkomst van het geld of feitelijk leiding gaf aan het witwassen.
De officier van justitie stelde dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan witwassen, maar de verdediging betoogde dat onvoldoende bewijs aanwezig was. De rechtbank oordeelde dat de tenlastelegging niet wettig en overtuigend was bewezen en sprak verdachte vrij.
De benadeelde partij vorderde schadevergoeding, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken. Ook werd een geldbedrag van €2.413,06 teruggegeven aan de benadeelde partij.
De uitspraak werd gewezen door de meervoudige strafkamer op 22 januari 2018.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van witwassen wegens onvoldoende bewijs van bewustheid en feitelijke leiding.