Eiseres, deelnemer aan het EU-emissiehandelssysteem, kreeg een bestuurlijke boete opgelegd wegens het te laat melden van een daling van het activiteitenniveau van een broeikasgasinstallatie in 2014. De boete bedroeg €19.622,- en was gebaseerd op de Beleidsregels 2016, die na de overtreding in werking traden.
Eiseres voerde aan dat toepassing van deze beleidsregels terugwerkende kracht zou hebben, in strijd met het legaliteitsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel, het lex mitior-beginsel, het gelijkheidsbeginsel en het fair play-beginsel. Verweerder erkende dat de besluitvorming was vertraagd om de nieuwe beleidsregels toe te passen, maar stelde dat deze beter aansluiten bij de regelgeving en dat de oude beleidsregels onvoldoende houvast boden.
De rechtbank oordeelde dat de overtreding vaststaat en dat verweerder bevoegd was tot boeteoplegging. De toepassing van de Beleidsregels 2016 was niet in strijd met het verbod op terugwerkende kracht, omdat essentiële wettelijke elementen niet waren gewijzigd. Het lex mitior-beginsel is niet van toepassing op beleidsregels die de hoogte van boetes bepalen binnen wettelijke grenzen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het fair play-beginsel faalde.
Ten slotte vond de rechtbank de boete evenredig, gelet op de ernst van de overtreding, het kwantificeerbare effect en de mate van verwijtbaarheid. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.