ECLI:NL:RBDHA:2018:4093
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag verblijfsvergunning regulier wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiseres, met de Kaapverdische nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier op grond van familieleven (artikel 8 EVRM Pro). Na eerdere afwijzing en ongegrondverklaring van bezwaar en beroep, werd de herhaalde aanvraag eveneens afgewezen door verweerder wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
Eiseres stelde dat zij ten onrechte niet is gehoord en dat er wel nieuwe feiten zijn, waaronder verklaringen van pleegouders en familie over het belang van haar verblijf en haar contact met haar kinderen. Ook voerde zij aan dat het ne bis in idem-beginsel onterecht werd toegepast.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht stelde dat de verklaringen onvoldoende concreet zijn en dat deze al in de vorige procedure ingebracht hadden kunnen worden. Het belang van de kinderen werd meegewogen, maar het contact was niet voldoende onderbouwd. Het ne bis in idem-beginsel was correct toegepast en er was geen schending van de hoorplicht.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar herhaalde aanvraag verblijfsvergunning regulier wordt ongegrond verklaard.