ECLI:NL:RBDHA:2018:4094
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas over militair optreden en dreiging
Eisers, een vader en zoon met de Iraakse nationaliteit, vroegen asiel aan vanwege vermeende dreiging door een groepering in Irak, naar aanleiding van een incident in juli 2014 waarbij eiser zou hebben deelgenomen als militair. De staatssecretaris wees de aanvragen af wegens ongeloofwaardigheid.
De rechtbank oordeelt dat het asielrelaas niet geloofwaardig is omdat eiser pas in beroep voor het eerst stelt militair te zijn geweest, terwijl hij eerder consequent verklaarde civiel medewerker te zijn. De overgelegde militaire documenten en foto's overtuigen niet, mede doordat authenticiteit niet kon worden vastgesteld.
Daarnaast is het onwaarschijnlijk dat eiser pas een jaar na het incident problemen kreeg met de groepering en zijn stam, en dat dreigingen op openbare plekken zouden worden geuit. Ook de vader van eiser heeft zijn relaas onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank volgt de staatssecretaris en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvragen wordt ongegrond verklaard.