ECLI:NL:RBDHA:2018:4095
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf wegens onvoldoende duurzame en zelfstandige middelen
De zaak betreft een beroep tegen de afwijzing van een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De aanvrager, een Indiase nationaliteit dragende persoon, wenst in Nederland te verblijven bij een familielid met de Surinaamse nationaliteit. De aanvraag werd afgewezen omdat niet is aangetoond dat de referente duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan beschikt.
De rechtbank oordeelt dat de verklaring omtrent het inkomen van de zelfstandige ondernemer niet betrouwbaar is omdat het gebruikte beconnummer van de administrateur sinds 2006 is vervallen. De aanvrager en referente konden deze onbetrouwbaarheid niet wegnemen. Bovendien is een recent gestarte onderneming van de referente nog niet duurzaam genoeg om als voldoende inkomen te gelden. Hierdoor wordt niet voldaan aan het middelenvereiste.
Omdat het middelenvereiste niet is vervuld, komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling van de relatie tussen eiser en referente. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende duurzame en zelfstandige middelen van bestaan.