ECLI:NL:RBDHA:2018:4109
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag Hazara uit district Behsud wegens ontbreken nieuw feiten en geen uitzonderlijke veiligheidssituatie
Eiser, van Afghaanse nationaliteit en behorend tot de Hazara bevolkingsgroep uit het district Behsud, diende een opvolgende asielaanvraag in nadat zijn eerdere aanvraag was afgewezen en deze afwijzing door de rechtbank en Raad van State was bevestigd.
Verweerder wees de opvolgende aanvraag af als kennelijk ongegrond omdat eiser geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die tot een andere beoordeling zouden leiden. De rechtbank overwoog dat de Hazara in het district Behsud in de meerderheid zijn en dat de veiligheidssituatie in Afghanistan en specifiek in Wardak geen uitzonderlijke verslechtering vertoont.
Eiser had betoogd dat hij als Hazara tot een kwetsbare minderheid behoort en dat er sprake is van een uitzonderlijke situatie, onderbouwd met rapporten van Amnesty International en UNAMA. De rechtbank achtte deze stellingen onvoldoende om af te wijken van het standpunt van verweerder.
Het opgelegde inreisverbod voor twee jaar werd eveneens gehandhaafd omdat eiser geen argumenten had aangevoerd voor disproportionaliteit. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft het inreisverbod van twee jaar.