ECLI:NL:RBDHA:2018:4110
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens eerdere internationale bescherming in Italië
Eiser, een in Libanon geboren Palestijn, diende op 29 januari 2018 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser reeds op 5 november 2012 in Italië internationale bescherming heeft verkregen.
De rechtbank bevestigt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel inhoudt dat het redelijk is voor eiser om naar Italië te gaan, waar hij een sterkere band heeft. Hoewel eiser aanvoert dat de omstandigheden voor statushouders in Italië slecht zijn, oordeelt de rechtbank dat deze vrees onvoldoende is om van het vertrouwensbeginsel af te wijken. De toegang tot voorzieningen in Italië is moeizaam maar niet in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
Verweerder erkende een motiveringsgebrek in het bestreden besluit omdat niet inhoudelijk op de aangevoerde informatie werd ingegaan, maar dit werd gepasseerd omdat eiser daardoor niet is benadeeld. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De asielaanvraag is terecht niet-ontvankelijk verklaard en het beroep wordt ongegrond verklaard.