ECLI:NL:RBDHA:2018:4128
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens eerdere bescherming in Italië
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat is vastgesteld dat de vreemdeling reeds internationale bescherming in Italië heeft verkregen.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en is tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De rechtbank heeft het beroep in de bodemzaak ongegrond verklaard, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 9 maart 2018 door voorzieningenrechter W. Toekoen, in aanwezigheid van griffier M.I.P. Buteijn.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de asielaanvraag terecht niet-ontvankelijk is verklaard.