ECLI:NL:RBDHA:2018:4222
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- G. van Zeben-de Vries
- G.P. Kleijn
- A.G.J. van Ouwerkerk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geheimhouding bedrijfsgegevens in Wob-verzoek Pharming en Broekman
Eiser verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om documenten betreffende inspecties bij Pharming en Broekman. Verweerder maakte informatie gedeeltelijk openbaar, maar weigerde delen op grond van vertrouwelijkheid en bescherming tegen onevenredige benadeling.
De rechtbank oordeelde dat de naam van een ondertekeningsbevoegde ambtenaar onterecht was geweigerd en vernietigde het besluit voor zover deze naam betreft. Voor de overige bedrijfs- en fabricagegegevens bevestigde de rechtbank de geheimhouding, omdat deze informatie inzicht geeft in het productieproces en concurrentiegevoelige gegevens bevat.
De rechtbank nam het standpunt van verweerder over het risico van dierenrechtextremisme serieus en achtte de vrees gerechtvaardigd. Ook het beroep op het openbaar maken van financiële gegevens werd afgewezen. De proceskosten werden aan verweerder opgelegd en het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
Het beroep werd daarmee deels gegrond verklaard, waarbij het belang van bescherming van bedrijfsgegevens en veiligheid zwaarder woog dan het openbaarmakingsbelang, behalve voor de naam van de ambtenaar die alsnog openbaar werd gemaakt.
Uitkomst: Het beroep wordt deels gegrond verklaard door openbaarmaking van de naam van de ondertekeningsbevoegde ambtenaar en bevestiging van de geheimhouding van overige bedrijfsgegevens.