ECLI:NL:RBDHA:2018:4225
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 5 december 2017 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat op basis van de Dublinverordening is vastgesteld dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Nederland had op 11 december 2017 een verzoek tot terugname aan Spanje gedaan, dat op 15 december 2017 werd aanvaard.
Eiser betwist dat hij in Spanje een asielaanvraag heeft ingediend, omdat hij geen vingerafdrukken heeft gegeven en geen papieren heeft ondertekend. Tevens vreest hij een schending van artikel 3 EVRM Pro bij overdracht aan Spanje, mede vanwege zijn kwetsbaarheid en vermeende tekortkomingen in de Spaanse opvang. Hij beroept zich op het Tarakhel-arrest van het EHRM.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en Spanje via het claimakkoord heeft gegarandeerd dat eisers asielverzoek in behandeling wordt genomen. Eisers stellingen zijn onvoldoende onderbouwd, zowel wat betreft het ontbreken van een asielaanvraag in Spanje als zijn vrees voor schending van artikel 3 EVRM Pro en zijn kwetsbaarheid. Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en wordt het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.