ECLI:NL:RBDHA:2018:4234

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 januari 2018
Publicatiedatum
12 april 2018
Zaaknummer
NL18.878
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbArt. 5 Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening toegewezen tegen beëindiging opvang asielzoeker

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond op 12 januari 2018. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat de opvang zou worden beëindigd tijdens de beroepsprocedure.

De voorzieningenrechter overwoog dat de opvang van verzoeker zou eindigen voordat de beroepszaak was afgerond, waardoor het belang van verzoeker om de uitspraak af te wachten met behoud van opvang zwaarder woog dan het belang van de staatssecretaris bij handhaving van het besluit. Op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht werd een ordemaatregel getroffen die uitzetting van verzoeker verbiedt tot het moment van uitspraak in de beroepsprocedure.

De voorzieningenrechter bepaalde dat het recht op verstrekkingen, waaronder opvang, blijft bestaan op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005. De uitspraak werd gedaan op 23 januari 2018 en is in het openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: De voorzieningenrechter verbiedt uitzetting van verzoeker tot het beroep is beslist en behoudt daarmee de opvang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL18.878
uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 januari 2018 op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker

(gemachtigde: mr. A. Greve-Kortrijk),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

ProcesverloopBij besluit van 12 januari 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijdin de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Op 22 januari 2018 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht een ordemaatregel te treffen teneinde beëindiging van de opvang gedurende de beroepsprocedure te voorkomen.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de
voorzieningenrechter op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voor zover hierbij het geschil in de bodemprocedure wordt beoordeeld, heeft het oordeel van de voorzieningenrechter daaromtrent een voorlopig karakter en is dat niet bindend voor de beslissing in die procedure.
2. Verzoeker stelt dat hem door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers is aangezegd dat de opvang op 22 januari 2018, is beëindigd.
3. De voorzieningenrechter stelt vast dat één van de rechtsgevolgen van (de bekendmaking van) het besluit van 12 januari 2018 is dat de verstrekkingen op de voorgeschreven wijze zullen worden beëindigd. Nu de opvang van verzoeker zal
eindigen voordat de uitspraak in de beroepsprocedure is gedaan, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het belang van verzoekster om de uitspraak op zijn beroep in Nederland af te wachten met behoud van opvang, zwaarder weegt dan het belang van verweerder bij onverkorte handhaving van de rechtsgevolgen van het bestreden besluit.
4. Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter aanleiding om met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van de Awb een ordemaatregel te treffen, inhoudende dat uitzetting van verzoeker wordt verboden tot op het beroep is beslist. Het recht op verstrekkingen, waaronder opvang, blijft dan op grond van artikel 5, eerste lid, sub a, van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 bestaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter bepaalt bij wijze van ordemaatregel dat het verweerder verboden is verzoeker uit te zetten totdat op het beroep is beslist.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.S.G. Jongeneel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C.E.B. Davis, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2018.
griffier
voorzieningenrechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel