ECLI:NL:RBDHA:2018:4234
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening toegewezen tegen beëindiging opvang asielzoeker
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond op 12 januari 2018. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat de opvang zou worden beëindigd tijdens de beroepsprocedure.
De voorzieningenrechter overwoog dat de opvang van verzoeker zou eindigen voordat de beroepszaak was afgerond, waardoor het belang van verzoeker om de uitspraak af te wachten met behoud van opvang zwaarder woog dan het belang van de staatssecretaris bij handhaving van het besluit. Op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht werd een ordemaatregel getroffen die uitzetting van verzoeker verbiedt tot het moment van uitspraak in de beroepsprocedure.
De voorzieningenrechter bepaalde dat het recht op verstrekkingen, waaronder opvang, blijft bestaan op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005. De uitspraak werd gedaan op 23 januari 2018 en is in het openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verbiedt uitzetting van verzoeker tot het beroep is beslist en behoudt daarmee de opvang.