ECLI:NL:RBDHA:2018:4238
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van Dublinverordening ondanks medische en sociale omstandigheden
Eiser, een staatloze geboren in 1994 en opgegroeid in een vluchtelingenkamp in Libanon, diende op 4 augustus 2017 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid weigerde de aanvraag in behandeling te nemen, omdat Polen volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek. Nederland had een verzoek tot terugname aan Polen gedaan, dat dit verzoek op 31 augustus 2017 aanvaardde.
Eiser voerde aan dat zijn asielaanvraag door Nederland behandeld moest worden vanwege zijn zwakbegaafdheid, ernstige trauma’s, suïcidale gedachten en de vertrouwensband met zijn homoseksuele broer die in Nederland woont. Een psychologisch rapport ondersteunde zijn kwetsbaarheid en het belang van nabijheid tot zijn broer. Eiser stelde dat er sprake was van een medische noodsituatie en dat de opvang in Polen ontoereikend zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij afhankelijk is van zijn broer in de zin van artikel 16 van Pro de Dublinverordening. Het rapport van de psycholoog werd niet als objectief beoordeeld, mede omdat het met eisers broer als tolk was opgesteld. Ook was eiser al zelfstandig naar Nederland gereisd zonder hulp van zijn broer. Daarnaast was niet aannemelijk gemaakt dat overdracht naar Polen een onevenredige hardheid zou opleveren. De rechtbank concludeerde dat verweerder de aanvraag terecht niet in behandeling heeft genomen en verklaarde het beroep ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het beroep op het arrest C.K. e.a. tegen Slovenië (ECLI:EU:C:2017:127) faalde omdat eiser onvoldoende objectieve gegevens over de ernst van zijn gezondheidstoestand had overgelegd. Ook was niet onderbouwd dat de medische zorg in Polen ontoereikend zou zijn. De uitspraak werd gedaan door rechter E.S.G. Jongeneel en griffier C.E.B. Davis op 12 februari 2018.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.