ECLI:NL:RBDHA:2018:4261
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wob-verzoek inzake verkeersboetedossier door minister van Justitie en Veiligheid
Eiser heeft een Wob-verzoek ingediend bij de minister van Justitie en Veiligheid om alle relevante stukken over een opgelegde verkeersboete te verkrijgen. De minister heeft dit verzoek afgewezen en slechts het zaakoverzicht verstrekt, stellende dat overige documenten bij de opsporingsinstantie berusten en via de politiewebsite raadpleegbaar zijn.
Eiser voerde aan dat de minister op grond van artikel 7:18 Awb Pro alle stukken had moeten verstrekken en dat de hoorplicht was geschonden. De rechtbank overweegt dat het verschil tussen openbaarmaking op grond van de Wob en verstrekking op grond van de Wahv geen individueel belang oplevert en dat eiser het zaakoverzicht kan gebruiken.
Verder is vastgesteld dat de gemachtigde van eiser, een professioneel rechtsbijstandverlener, op de hoogte was dat de CVOM alleen het zaakoverzicht bezit en dat verdere verzoeken om aanvullende stukken onredelijk zijn. De minister hoefde het verzoek niet door te zenden naar de opsporingsinstantie. De rechtbank acht het bezwaar ongegrond en concludeert dat er geen schending van de hoorplicht is. Het beroep wordt afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het Wob-verzoek wordt ongegrond verklaard.