Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 april 2018 in de zaak tussen
[eiseres], te [plaats], eiseres
de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil4.In geschil is of eiseres inburgeringsplichtig is en of de opgelegde boete passend en geboden is. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de inburgeringsplicht niet op haar van toepassing is. Eiseres verwijst naar de Richtlijn 2003/109/EG en het arrest P&S (Zaak C-579/13 van het EU Hof van Justitie. Eiseres stelt dat er een inburgeringsplicht gesteld kan worden aan langdurig ingezetenen. Eiseres heeft echter een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en de inkomenstoets en zorgplicht bestaat bij haar partner. Ook materieel heeft eiseres bezwaar tegen de inburgeringsplicht. Zij is Amerikaanse en spreekt Engels wat in een internationale stad als [stad] geen belemmering is voor integratie. Voorts heeft eiseres het standpunt dat de inburgeringsplicht in strijd is met het Nederlands-Amerikaans Vriendschapsverdrag en daarmee in strijd met artikelen 8 en 12 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
Beslissing
mr. P.C. Stroebel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 april 2018.