ECLI:NL:RBDHA:2018:4362
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag omzetbelasting wegens vertrouwensbeginsel en afwezigheid schuld
Eiser, die een eenmanszaak drijft voor begeleiding van minderjarige artiesten, kreeg over de periode 2012-2015 een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd na een boekenonderzoek. De aanslag betrof onder meer dubbele facturen en privébestedingen die ten onrechte als zakelijke kosten waren opgevoerd.
Eiser voerde aan dat hij in de betreffende periode zesmaal gecontroleerd was en steeds alle gevraagde bescheiden had verstrekt, waarna de teruggaaf van voorbelasting was toegekend. Hij stelde dat het oneerlijk was dat deze eerder goedgekeurde bescheiden nu als onvoldoende werden beoordeeld. De rechtbank oordeelde dat de naheffingsaanslag in beginsel terecht was, maar dat het beroep op het vertrouwensbeginsel gegrond was voor de eerste en tweede kwartaal 2012 en het vierde kwartaal 2015, zodat de aanslag in die onderdelen te hoog was opgelegd.
Verder werd de verzuimboete van 10% vernietigd omdat sprake was van afwezigheid van alle schuld (avas). De rechtbank nam mee dat eiser tegen zijn wil een onderneming was gestart en dat de belastingdienst hem slechts had geïnstrueerd om bonnen te nummeren en bewaren. De rechtbank bepaalde dat de aanslag en rente dienovereenkomstig moesten worden verminderd en droeg de belastingdienst op het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: De naheffingsaanslag wordt deels vernietigd en de verzuimboete komt te vervallen wegens het vertrouwensbeginsel en afwezigheid van schuld.