Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 april 2018 in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
21 maart 2018 een afspraak had.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Tadzjiekse nationaliteit, diende op 7 december 2017 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Litouwen volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland had op 11 december 2017 een verzoek tot terugname aan Litouwen gedaan, dat op 19 december 2017 werd aanvaard.
Eiser voerde aan dat zijn Schengenvisum voor Litouwen meer dan zes maanden verlopen was en dat ten onrechte om terugname was verzocht in plaats van overname. Ook vreesde hij voor zijn veiligheid in Litouwen en wees op medische problemen waarvoor hij behandeling kreeg in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat Litouwen terecht als verantwoordelijke lidstaat was aangewezen, mede omdat eiser eerder een asielverzoek in Duitsland had gedaan en teruggestuurd was naar Litouwen. De vrees voor zijn veiligheid was onvoldoende onderbouwd en stond los van de vraag welke lidstaat verantwoordelijk is. De medische situatie van eiser was onvoldoende onderbouwd om Nederland als behandelland aan te wijzen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.