ECLI:NL:RBDHA:2018:4458
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. de Zeben - de Vries
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-in behandeling name asielaanvragen op grond van Dublinverordening
Eisers, Angolese nationaliteit houdend, dienden op 25 oktober 2017 asielaanvragen in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvragen niet in behandeling, omdat Portugal volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland had een verzoek tot terugname aan Portugal gedaan, dat dit verzoek op 21 december 2017 accepteerde.
Eisers voerden aan dat Portugal slechts als doorreisland was gebruikt en dat zij vrezen voor een oneerlijke behandeling in Portugal vanwege hun Angolese afkomst en huidskleur. Zij stelden ook dat Nederland de asielaanvragen aan zich moet trekken indien Portugal verantwoordelijk wordt geacht.
De rechtbank oordeelde dat Portugal terecht als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen, omdat eisers met een Portugees visum de EU binnenkwamen. Het feit dat Portugal slechts als doorreisland werd gebruikt, doet hier niet aan af. Eisers konden hun stellingen over detentie in Angola en financiële omstandigheden niet voldoende aantonen. Ook was onvoldoende gebleken dat zij in Portugal een reëel risico lopen op een schending van artikel 3 EVRM Pro of discriminatie.
De rechtbank concludeerde dat Nederland niet gehouden is de asielaanvragen aan zich te trekken en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel garandeert dat het gezin in Portugal bij elkaar blijft. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-in behandeling name van de asielaanvragen is ongegrond verklaard omdat Portugal als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen.