ECLI:NL:RBDHA:2018:4463
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. de Zeben - de Vries
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen buiten behandeling stelling asielaanvraag wegens onttrekking aan toezicht
Eiser, van Syrische nationaliteit, diende op 31 maart 2017 een asielaanvraag in. Verweerder stelde deze aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 30c van de Vreemdelingenwet 2000 omdat eiser op 12 december 2017 zonder contact met de autoriteiten de opvanglocatie verliet en zich in Turkije bevond.
Eiser voerde aan dat hij plotseling moest vertrekken om zijn gezin in veiligheid te brengen en dat hij inmiddels een terugkeervisum heeft aangevraagd. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn vertrek gerechtvaardigd was en dat hij zich zonder geldige reden aan het toezicht heeft onttrokken.
Verder is het terugkeerbesluit terecht opgelegd omdat eiser onvoldoende middelen van bestaan heeft, geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en het risico bestaat dat hij zich aan het toezicht zal onttrekken. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat eiser Nederland onmiddellijk moet verlaten.
Uitkomst: Het beroep tegen het buiten behandeling stellen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en eiser moet Nederland onmiddellijk verlaten.