ECLI:NL:RBDHA:2018:4569
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak Dublin Zwitserland minderjarige Eritrese
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Den Haag op 27 maart 2018 uitspraak gedaan over een verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoeker, een minderjarige uit Eritrea, had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel ingediend. Deze aanvraag werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling genomen op grond van het Dublin-verdrag, waarbij Zwitserland als verantwoordelijke staat werd aangewezen.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De zitting vond plaats in Breda op 21 maart 2018, waarbij verzoeker werd bijgestaan door een gemachtigde en een tolk aanwezig was. De staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De rechtbank oordeelde dat het beroep in de bodemzaak ongegrond was verklaard, waardoor het verzoek om een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep in de bodemzaak ongegrond is verklaard.