ECLI:NL:RBDHA:2018:4571
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Italië op grond van Dublinverordening
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 28 november 2017 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Italië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van het asielverzoek op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening.
De Italiaanse autoriteiten werden op 11 december 2017 verzocht om eiser terug te nemen, maar reageerden niet binnen de wettelijke termijn van twee weken, waardoor de verantwoordelijkheid bij Italië bleef liggen. Nederland had tijdig een verzoek tot terugname ingediend, waardoor de verantwoordelijkheid niet op Nederland overging. De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië terecht werd toegepast, ondanks problemen in de Italiaanse asielopvang.
De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende individuele omstandigheden had aangevoerd om de asielaanvraag toch in Nederland te laten behandelen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling.