Uitspraak
13.[getuige 1]heeft een zwart busje zien staan op het voetpad. Zij zag twee mannen, één met het geweer en die schoot. Deze man was slank, ongeveer 1.85 meter en droeg zwarte kleding. Zijn gezicht was bedekt met iets zwarts. De andere man liep om de auto heen om te kunnen wegrijden. Hij droeg ook zwarte kleding. Zij stapten allebei in. De schutter aan de bijrijderskant. De getuige denkt dat ze allebei een bivakmuts op hadden. Zij heeft geen huidskleur gezien.
[getuige 2] [3] stond voor het raam van haar woning en zag een zwart busje dat ineens hard en onverwacht op de stoep stopte. Zij zag een man uitstappen en die droeg iets langwerpigs in zijn hand, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Hij richtte naar voren, kennelijk op de man die daar stond. Zij hoorde een soort geklapper. Nadat [slachtoffer] geschoten was riep de bestuurder iets van “stap in”. Daarna reden ze hard weg. De schutter was een donker getinte man met brede schouders. Hij droeg een zwarte hoody met capuchon. Zijn leeftijd was 25 tot 35 jaar. Hij had heel kort kroeshaar of was kaal. Zij denkt dat hij geen bivakmuts droeg.
[getuige 3] [4] kwam aanfietsen over de [adres] en zag een man in het zwart of donker gekleed die een bivakmuts droeg en op het kruispunt stond te schieten. Hij had een normaal postuur. De huidskleur van de schutter kon de getuige niet zien.
16.[getuige 4]zag een zwarte Caddy langzaam voorbijrijden door de [adres] . Hij hoorde mitrailleurgeluid. Hij zag een man met een vuurwapen, een wat langer wapen. De man had donkere gezichtsbedekking. Zijn huid was niet donkergetint. Hij had lichte kleding aan. Het was zomerkleding, bestaande uit meerdere kleuren. Hij stapte in de Caddy aan de bijrijderskant. Nadat de man was ingestapt reed de Caddy weg in de richting van [adres] .
- Op een blauwe krat een automatisch vuurwapen met houder en geluiddemper;
- In een krat een pistool van het merk Glock met daarin een houder met 9 patronen kaliber 9;
- Op de vloer een pistool van het merk Walther met daarin een houder met 8 patronen kaliber 7.65
25.[getuige 5]is woonachtig in het flatgebouw aan [adres] / [adres] . Zij hoorde, naar zij meent op 10 juni 2016, een gek geluid en keek naar buiten. Zij zag een zwart busje met iets met [kenteken] in het kenteken. Zij zag dat een blanke en een donkere jongen een scooter aan het uitladen waren. De blanke jongen liep met de scooter. De donkere jongen zat achter het stuur van het busje. Die scooter heeft al die dagen bij het muurtje gestaan. Het was een grijze scooter. De getuige heeft op 14 juni 2016 na de schietpartij het zwarte busje bij de flat zien staan. Zij weet 100% zeker dat dit hetzelfde busje was als waarmee zij de scooter hebben afgeleverd.
26.[getuige 6]is eveneens woonachtig in voornoemd flatgebouw. Hij heeft op 11 juni 2016 bij het eerste fietsenrek van de flat, een grijskleurige scooter zien staan. [slachtoffer] zat een zelfgemaakte kentekenplaat op die van wit karton was en beschreven met zwarte letters.
27.Ook [getuige 7]heeft bij bedoelde flat een scooter zien staan. Dat was op 13 juni 2016. Hij merkte op dat [slachtoffer] geen kentekenplaat op de scooter zat, maar een dubbel gevouwen A4-tje waar met zwarte stift letters op waren geschreven. [slachtoffer] stond op: [kenteken] . De scooter stond vast met een ketting aan dat fietsenrek.
28.[getuige 8] bij de politie het volgende verklaardHij bevond zich op 14 juni 2016 samen met J [getuige 9] in een auto die geparkeerd stond in de parkeervakken bij de flat aan [adres] Hij hoorde plots [getuige 9] zeggen: “Moet je kijken [slachtoffer] valt een kerel uit de auto” [getuige 8] zag een kerel met een bril op en een bivakmuts op Deze man kwam links van hem aanrennen Hij rende achter de auto lang waarin hij, de getuige, zat Gelijktijdig zag de getuige een zwarte Volkswagen Caddy links van hem de straat in rijden Later zag hij een kerel op een scooter Het was de kerel die met de bivakmuts achter hun auto langs was gelopen Hij zag dat hij op de scooter weg reed over [adres] , voor de flat langs in de richting van het fietspad Hij zag dat [slachtoffer] een persoon achter op de scooter stapte Hij vermoedde dat het de jongen was van de bivakmuts die voor op de scooter zat en dat de persoon die achter op de scooter stapte de bestuurder was van de Caddy die even daarvoor schuin was geparkeerd De getuige zag op dat moment geen andere mensen daar op straat De scooter met daarop de twee personen reed vervolgens over het fietspad weg in de richting van [adres] te Leiden De persoon met de bivakmuts had het volgende signalement:
29.Tegenover de rechter-commissarisheeft [getuige 8] juistheid van zijn bij de politie afgelegde verklaring bevestigd en daar (onder meer) het volgende aan toegevoegd. De persoon die uit het busje viel had een bivakmuts op. De getuige denkt dat hij een bril op had. Dat beeld ziet de getuige in zijn herinnering, steeds als hij [slachtoffer] over nadenkt herinnert hij zich dat de man een bril op had. De man rende achter hen langs, langs de parkeerplaatsen richting de flat om een scooter te pakken. De scooter werd door de persoon die achter hen langs rende naar het fietspad gereden, [slachtoffer] stapte een persoon achterop de scooter en zij reden weg. De persoon die achter op de scooter stapte kwam uit de richting van het busje. De getuige heeft daar geen andere mensen zien lopen of in een auto zitten. De getuige heeft ook geen andere mensen op een scooter gezien daar in de buurt.
30.[getuige 9] bij de politie verklaarddat hij zich op 14 juni 2016 rond 17.55 uur op [adres] bevond samen met [getuige 8] . Hij was net uit zijn auto gestapt toen hij een geluid als van een rolluik hoorde. Hij zag een zwart busje aan komen rijden. Hij zag dat het busje zijn kant op kwam en hoorde de schuifdeur daarvan open gaan. Hij zag dat [slachtoffer] een persoon uit dat busje viel. Die man rende op hem, getuige, af. De man rende om hem heen richting de scooter die bij de flat stond. Die scooter stond al met de voorkant richting de weg geparkeerd. De getuige zag dat het busje tegenover [getuige 8] en hem werd geparkeerd en dat de bestuurder van dat busje achterop de scooter sprong en dat ze samen wegreden het fietspad op. De getuige preciseert: ik stond eerst naast mijn auto, toen die man langs mij rende. Ik keek toen over het dak van mijn auto en toen zag ik dat hij met die scooter bezig was. De man had een bivakmuts op met een gat ter hoogte van zijn ogen. Ik had het idee dat hij een bril op had omdat ik iets glimmends tussen zijn ogen zag, en dat deed mij denken aan een bril. De man had een blanke huidskleur. [slachtoffer] waren geen belemmeringen en ik heb alles goed kunnen zien.
[getuige 9]geeft tegenover de rechter-commissaris aan zijn verklaring bij de politie te bevestigen [19] . Hij verklaart dat hij zag dat de persoon die uit het busje kwam de scooter pakte en [slachtoffer] mee de straat op reed. Hij wachtte vervolgens aan het begin van het fietspad. Het busje is ondertussen ook het pad op gereden, ook voorbij ons. De persoon uit het busje is achterop de scooter gaan zitten. Hij sprong achterop de scooter en zij reden vol gas weg. De getuige heeft daar geen andere mensen met bivakmutsen zien rondlopen. Hij heeft geen andere mensen op scooters zien rijden. Hij heeft geen andere mensen daar zien lopen die op dezelfde manier waren gekleed als deze twee mensen. Hij heeft constant zicht gehad op de persoon die voorop de scooter ging zitten. Hij had het idee dat de man die de scooter pakte een bril op had.
- Zijn de sporen alleen op celmateriaal van [medeverdachte 1] getest of ook door de databank gehaald?
- Hoe hoog was de concentratie DNA?
- Wat is (wat de deurhendel betreft) het verschil tussen 1 miljoen keer waarschijnlijker en 100 miljoen waarschijnlijker?
tweescooters met in totaal
viermannen, te weten niet alleen de inzittenden van de Caddy maar ook [medeverdachte 1] en zijn passagier waarvan hij de naam niet wil zeggen. [getuige 8] en [getuige 9] verklaren evenwel niets over een tweede scooter met twee mannen daarop, terwijl zij die als daarvan sprake was – hadden moeten zien. [getuige 8] en [getuige 9] hebben daarentegen, daarnaar uitdrukkelijk gevraagd, verklaard dat zij juist
geenandere personen en
geenandere scooters ter plaatse hebben gezien. De verklaring van [medeverdachte 1] is dan ook onverenigbaar met de verklaringen van de getuigen [getuige 8] en [getuige 9] .
14 juni 2016bij gelegenheid van de moord op [slachtoffer] de bestuurder van de Caddy is geweest. Bij de beantwoording van die vraag hecht de rechtbank doorslaggevende waarde aan hetgeen kan worden vastgesteld omtrent de verrichtingen van [verdachte] in Leiden op die dag. Naar inmiddels vaststaat, liep hij eerder die dag samen met [medeverdachte 1] heen en weer op [adres] zijnde de straat waarlangs – naar door de rechtbank is vastgesteld - later de scooter met daarop [medeverdachte 1] en zijn mededader vanaf [adres] vluchtten richting het station. Vervolgens staat vast dat [verdachte] zijn telefoon heeft geactiveerd te 18.05 uur in de buurt van [adres] , zo goed als precies op het moment dat [medeverdachte 1] en zijn mededader daar de vluchtscooter hebben achtergelaten. Korte tijd later arriveert [verdachte] te voet op het nabijgelegen station.
mededadermet dat opzet en na kalm
Het oordeel van de rechtbank
TWEE EN TWINTIG JAREN;
[benadeelde 1]toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [benadeelde 1] een bedrag van
[benadeelde 2]toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan
[benadeelde 2]een bedrag van
[benadeelde 3]van het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp;
[benadeelde 4]van het op de beslaglijst onder 2 genummerde voorwerp;