ECLI:NL:RBDHA:2018:4601
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. Sleeswijk Visser-de Boer
- M.M. Meijers
- I.J.K. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling eigendom grond bij splitsing in appartementsrechten en basisregistratie Kadaster
Eiser, eigenaar van twee appartementsrechten op een perceel in Delft, verzocht het Kadaster om herstel van de basisregistratie omdat hij meende dat de grond niet was meegesplitst en dat hij zelf eigenaar was van de grond. Het Kadaster wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat de grond mede-eigendom is van de appartementsrechthebbenden.
De rechtbank beoordeelde of het Kadaster de gegevens in de kadastrale registratie correct had afgestemd op de openbare registers conform de Kadasterregeling en het Burgerlijk Wetboek. Uit de splitsingsakte bleek dat het flatgebouw met onderliggende grond was gesplitst in appartementsrechten, waarbij de grond niet apart werd genoemd of gesplitst. De rechtbank concludeerde dat de eigenaren van de appartementsrechten mede-eigenaar zijn van de grond en dat het Kadaster dit juist heeft verwerkt.
De rechtbank stelde verder dat zij niet hoeft te beoordelen of de splitsing of overdracht van de grond op juiste wijze in een akte is vastgelegd, verwijzend naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het Kadaster wordt ongegrond verklaard, waarbij de eigendomssituatie van de grond als mede-eigendom van de appartementsrechthebbenden wordt bevestigd.