ECLI:NL:RBDHA:2018:4695
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Cubaanse homoseksueel wegens onvoldoende zwaarwegend asielrelaas
Eiser, een Cubaanse homoseksueel, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde te zijn vervolgd vanwege zijn seksuele geaardheid, waaronder politie-invallen en discriminatie. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens onvoldoende zwaarwegend asielrelaas.
De rechtbank achtte het homoseksuele karakter van eiser en de ondervonden problemen geloofwaardig, maar oordeelde dat deze niet ernstig genoeg waren om hem als vluchteling aan te merken of een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer te rechtvaardigen. De situatie in Cuba is volgens de rechtbank verbeterd, met wettelijke bescherming tegen discriminatie en publieke acceptatie.
Hoewel eiser negatieve ervaringen had, was er geen sprake van onhoudbare levensomstandigheden of ernstige vervolging. Ook werd onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij bescherming van de autoriteiten niet kon inroepen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank zag geen reden om de zaak aan te houden in afwachting van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: Het beroep van de Cubaanse homoseksuele asielzoeker wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende zwaarwegend asielrelaas.