Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
21 maart 2018. Tot slot zijn er drie sancties, waarvoor [eiser] contact kan opnemen met het CJIB over de betaalmogelijkheden.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft meerdere boetes openstaan op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), die door het CJIB worden geïnd met alle toegestane middelen. Eiser vreest gegijzeld te worden vanwege deze boetes, maar de Staat heeft gemotiveerd aangegeven dat er geen machtiging tot gijzeling is aangevraagd of verleend.
Eiser vordert in kort geding dat de Staat wordt verboden over te gaan tot gijzeling of dat de tenuitvoerlegging van reeds verstrekte gijzelingsmachtigingen wordt opgeschort, eventueel onder de voorwaarde van maandelijkse betalingen. Eiser heeft in het verleden betalingsregelingen getroffen, maar deze niet volledig nagekomen, wat heeft geleid tot maatregelen zoals buitengebruikstelling van zijn voertuig.
De voorzieningenrechter stelt vast dat gijzeling alleen kan plaatsvinden na machtiging door de kantonrechter, welke in deze zaak niet is verleend. Hierdoor ontbreekt het belang bij de vordering en wordt deze afgewezen. De voorzieningenrechter benadrukt dat het CJIB conform regelgeving incassomaatregelen treft en dat het aan eiser is om zijn sancties tijdig te voldoen. Eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: De vordering tot het verbod op gijzeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van een machtiging tot gijzeling.