ECLI:NL:RBDHA:2018:48
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek op basis van ongeloofwaardigheid homoseksualiteit en gevolgen
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende asielzoeker, diende in november 2017 een nieuwe asielaanvraag in met als grond zijn homoseksualiteit, nadat eerdere aanvragen waren afgewezen. Hij verklaarde zich eerder te hebben geschaamd en daarom niet eerlijk te zijn geweest over zijn seksuele geaardheid.
Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, stellende dat de homoseksualiteit en de problemen daaromtrent ongeloofwaardig waren, mede vanwege tegenstrijdige verklaringen en het vermoeden dat de aanvraag slechts diende om uitzetting te voorkomen. De rechtbank overwoog dat hoewel het niet eerder verklaren van homoseksualiteit niet per se tot afwijzing leidt, de omstandigheden van deze zaak het ongeloofwaardig maken.
De rechtbank stelde vast dat eiser wisselende en tegenstrijdige verklaringen gaf over zijn gevoelens en ervaringen, en onvoldoende inzicht gaf in zijn acceptatieproces. Ook waren de verhalen over de problemen die hij ondervond niet concreet en vertoonden inconsistenties. Gezien deze feiten werd het beroep ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter J.M. Ghrib op 5 januari 2018 en partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid van de homoseksualiteit en de gevolgen daarvan is ongegrond verklaard.