ECLI:NL:RBDHA:2018:4827
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening Duitsland
Eisers hebben op 23 december 2017 een asielaanvraag ingediend in Nederland. Uit het Eurodac-systeem bleek dat zij eerder in Duitsland verzoeken om internationale bescherming hadden ingediend. De Nederlandse overheid heeft daarom op grond van de Dublinverordening Duitsland verzocht hen terug te nemen, wat door Duitsland is geaccepteerd.
Eisers stelden dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen niet nakomt en dat sprake is van systematische tekortkomingen, onder meer op het gebied van gefinancierde rechtsbijstand. De rechtbank oordeelt dat deze klachten bij de Duitse autoriteiten moeten worden ingediend en dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat dit onmogelijk is.
De rechtbank stelt vast dat de Duitse autoriteiten met het claimakkoord hebben gegarandeerd dat de aanvragen in behandeling worden genomen. Er is geen sprake van indirect refoulement of schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro EU. Ook zijn er geen bijzondere omstandigheden die overdracht aan Duitsland onredelijk maken.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het af. Er is geen reden voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-behandeling van de asielaanvragen wegens verantwoordelijkheid Duitsland wordt ongegrond verklaard.