ECLI:NL:RBDHA:2018:4829
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en verantwoordelijkheid Italië
Eiser diende op 13 januari 2018 een asielaanvraag in Nederland in. Uit Eurodac bleek dat hij eerder in Italië, Oostenrijk en Duitsland asiel had aangevraagd. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, besloot op 4 april 2018 de aanvraag niet in behandeling te nemen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.
Eiser stelde dat Italië zijn verdragsverplichtingen niet zou nakomen en dat de opvangsituatie in Italië ontoelaatbaar was, verwijzend naar jurisprudentie van het EHRM en rapporten. De rechtbank oordeelde dat de situatie in Italië niet zodanig is verslechterd dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt. Ook is er geen sprake van indirect refoulement.
Verder stelde de rechtbank dat verweerder terecht geen gebruik maakte van zijn discretionaire bevoegdheid om de aanvraag toch in Nederland te behandelen, omdat eiser geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd die overdracht onevenredig zouden maken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.