ECLI:NL:RBDHA:2018:4838
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardige bekering tot christendom
Eiser, een Iraanse nationaliteit bezittende man, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van zijn bekering tot het christendom, hetgeen in Iran zou leiden tot vervolging en de doodstraf. De Staatssecretaris wees dit verzoek af vanwege ongeloofwaardigheid van de bekering en onvoldoende bewijs van vervolgingsgevaar.
Tijdens de zitting en het onderzoek werden diverse tegenstrijdigheden en onduidelijkheden in het relaas van eiser vastgesteld, waaronder onlogische verklaringen over zijn bekering, het ontbreken van bewijs voor de straf die hij zou hebben ondergaan, en onduidelijkheden over zijn kennis van het christelijk geloof. Ook werd het verzoek om aanvullende documenten en een medisch onderzoek afgewezen.
De rechtbank oordeelde dat de Staatssecretaris het toetsingskader correct heeft toegepast en dat de bekering van eiser niet geloofwaardig is. Daarnaast was er geen aannemelijk risico op ernstige schade bij terugkeer naar Iran, noch was sprake van een afgeleide verblijfsvergunning. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardige bekering en onvoldoende bewijs van vervolgingsgevaar.