ECLI:NL:RBDHA:2018:4855
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen overdracht in Dublin-procedure
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot overdracht in het kader van de Dublin-verordening en verzocht om een voorlopige voorziening om overdracht te voorkomen totdat op het beroep is beslist.
De zaak is ter zitting behandeld op 6 april 2018, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde aanwezig waren, evenals de gemachtigde van verweerder en een tolk. Na het sluiten van het onderzoek is op dezelfde dag uitspraak gedaan in de bodemzaak (nummer NL18.5856).
Gezien de beslissing op het beroep is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen overdracht wordt afgewezen omdat het beroep reeds is beslist.