ECLI:NL:RBDHA:2018:4857
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering asielaanvraag op grond van Dublinverordening en bijzondere omstandigheden
Eiser, een Libische nationaliteit dragende asielzoeker, vroeg op 4 januari 2018 in Nederland asiel aan. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam de aanvraag niet in behandeling omdat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Italië had ingestemd met het terugnemen van eiser.
Eiser voerde aan dat hij in Italië onrechtmatig was gedetineerd onder slechte omstandigheden en dat hij zich daarom niet tot de Italiaanse autoriteiten kon wenden. Tevens stelde hij dat zijn traumatische ervaringen en het beperkte toegang tot hulporganisaties in Italië een overdracht van zijn zaak een onevenredige hardheid zou opleveren.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat de bijzondere omstandigheden niet zodanig waren dat de aanvraag aan Nederland moest worden toegekend op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Italië heeft volgens het claimakkoord toegezegd de asielaanvraag conform internationale verplichtingen te behandelen. Eiser kan zich wenden tot de Italiaanse autoriteiten en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens indien nodig.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen vanwege verantwoordelijkheid van Italië.