ECLI:NL:RBDHA:2018:4901
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding na overname strafvervolging en vrijspraak
Verzoeker werd in Duitsland aangehouden en in verzekering gesteld op verdenking van woninginbraak. De Duitse autoriteiten droegen de strafvervolging over aan Nederland, waar verzoeker werd vrijgesproken. De rechtbank oordeelde dat de detentieperiode in Duitsland omgezet moet worden naar Nederlandse maatstaven, waarbij verzoeker naar Nederlands recht in verzekering zou zijn gesteld.
De rechtbank stelde vast dat verzoeker bijna 22 uur in Duitse detentie zat en dat dit volgens Nederlandse normen neerkomt op inverzekeringstelling. Op grond van artikel 89 Sv Pro kan verzoeker daarom aanspraak maken op een schadevergoeding voor ten onrechte doorgebrachte detentie, ook al vond de detentie niet in Nederland plaats.
De rechtbank wees het verzoek toe en kende een forfaitaire vergoeding van € 105 toe, conform de landelijke richtlijnen. De vergoeding wordt betaald door de Staat. Hiermee wordt recht gedaan aan de billijkheid en de rechtspositie van verzoeker na de vrijspraak in Nederland.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een forfaitaire schadevergoeding van € 105 toegekend voor de tijd in Duitse detentie na overname van strafvervolging.